Terug naar overzicht
columns
B-Film
met een Rampscenario (25 februari '08)
Het was
een zware week voor Richard Kraijcek. De directeur van
het ABN AMRO World Tennis Tournament zag alle grote
namen die hij gecontracteerd had ten onder gaan. Het
begon al voordat de eerste bal geslagen was. De twee
finalisten van de Australian Open besloten niet te komen.
De lieveling van het Australische publiek, Jo-Wilfried
Tsonga, was een beetje moe. En Novak Djokovic een beetje
ziek.
Krajicek probeerde de moed erin te houden door te zeggen
dat er elk jaar wel een paar afmeldingen zijn en dat de
grote sterren Rafael Nadal en Lleyton Hewitt al op het
vliegveld in Rotterdam stonden. Brandje geblust. Dacht
hij. Want het toernooi was amper onderweg of Hewitt zat
alweer op het vliegtuig terug naar de andere kant van de
wereld. Hij werd uit het schema geknikkerd door de
volslagen onbekende Italiaan Andreas Seppi. Ook grote
namen als Ferrero, Youzhny, Murray en Baghdatis
overleefden de eerste schifting niet. De geplaatste
jongens die voor veel geld waren binnengehaald om de
klanten van de sponsorende bank een avondje
entertainment te bezorgen, werden weggeslagen door
tegenstanders uit de diepste spelonken van de
internationale tennisranglijst. Bovendien zette de
afscheid nemende thuisspeler Raemon Sluiter de kroon op
zijn laatste teleurstellende jaren door kansloos te
verliezen van de Fransman Llodra, die een paar dagen
later ook Robin Haase uit het toernooi zou kieperen. Het
gezicht van Krajicek begon hoe langer hoe meer op onweer
te staan. Met een trillende lip van ingehouden woede
verklaarde hij dat het zwakke verweer van zijn peperdure
topspelers niet aan hun gebrekkige motivatie geweten kon
worden. De posters met Leyton Hewitt erop konden de
prullenbak in, de sponsorrelaties zaten zich in de boxen
stierlijk te vervelen zonder sterren en televisiekijkend
Nederland zapte massaal weg.
Tot
overmaat van ramp sloeg Seppi na zijn overwinning op
Lleyton Hewitt ook de Rafael Nadal naar huis, de nummer
één van de plaatsingslijst. De held van Ahoy. De Spaanse
superman die het toernooi moest gaan winnen. Krajicek
zag het aan met de handen in het haar. Wat dacht die
Seppi wel? Waar haalde die Italiaanse prutser het lef
vandaan om zijn toernooi kapot te maken?
Dat was
toch niet de bedoeling van een weekje tennissen in een
Rotterdamse hal. Geen ster die straalde, geen vedette
die fonkelde. Richard Krajicek voelt zich belazerd. De
bank voelt zich belazerd. De stropdassen en mantelpakjes
in de sponsorboxen voelen zich belazerd. Wat een
teleurstelling. Het A-toernooi werd een slechte B-film.
De topacteurs waar het publiek voor naar de bioscoop
kwam, bleken eenmaal binnen te zijn vervangen door een
stel amateurs van het lokale dorpstoneelgezelschap. Een
happy Hollywood-einde, waarin de held zegeviert, was er
evenmin. Sterker nog: na de eerste scènes was er geen
held meer over. Het scenario klopte van geen kant. Een
grote naam was niets waard in Ahoy. De ene na de andere
verrassing rolde uit de koker. Een paar dagen lang
regeerden de Llodra’s, de Seppi’s en de Gabashvili’s. De
tenniskoningen werden de baan af gemept, het gepeupel
greep de macht. Punten moesten worden verdiend. Met
mentaliteit, met motivatie, met uithoudingsvermogen. Met
smashes, rondspattend zweet, passeerslagen en aces. Ik
heb genoten. Het leek verdorie wel sport.