Home     Biografie     Artikelen     Links     Contact     Wielerarchief

 


 
Terug naar overzicht columns

De Gele Erfenis (17 maart '08) 

Het is deze zomer achtentwintig jaar geleden. Sinds de overwinning van Joop Zoetemelk in de Tour de France van 1980 is er nooit meer een Nederlander in de gele trui de Champs-Elysées opgereden. Steven Rooks kwam er later nog eens dichtbij, Erik Breukink haalde het podium. Maar het magische geel verdween langzaam maar zeker uit het zicht van de polderlanders. De eerste Nederlander zakte jaar na jaar verder weg in het algemeen klassement. Van Tourfavorieten veranderden we in podiumpretendenten, via top-tienklanten en semi-klassementsrenners naar rittenkapers en knechten, die een goed klassement al voor de proloog uit het hoofd zetten. De Tour winnen is tegenwoordig niet langer een doel voor lagelanders. Wij kunnen niet klimmen. Het is het lot van een land zonder bergen. Joop heeft een erfenis zonder erfgenaam achtergelaten. Het dieptepunt werd bereikt in 2004, toen Michael Boogerd de beste Nederlander was op de 74e plaats.

Heel even was er hoop: Pieter Weening. Een Fries uit Harkema. Een dunne, pezige jongeling die in de Ronde van 2005 een halve bergrit won. Bert Wagendorp, columnist van De Volkskrant, had het jaren eerder al aangekondigd. Had zijn route naar de Touroverwinning van 2008 al uitgestippeld. Hij bombardeerde hem tot winnaar van de Ronde van Frankrijk van komende zomer. Wagendorp vond – terecht – dat de plattelanders de schroom maar eens van zich af moesten gooien. De rest van de media volgde zijn oproep. Weening moest het gaan doen. Weg met de ‘ik-doe-mijn-best-en-meer-kan-ik-niet-doen’-mentaliteit. De branie moest terug. De durf. Doelen moesten er gesteld worden. En waarom niet het hoogst haalbare doel? Waarom niet de Tour?

Maar Weening plafonneerde. Zijn progressie stokte ergens tussen die ritwinst in 2005 en de gele trui van 2008. Hij is uitgegroeid tot een volwaardige prof, een uitstekende helper, een man voor het middelgebergte misschien. Maar de Tour: nee. Zou het de druk zijn geweest? Een Fries met branie: dat kan ook eigenlijk niet. Branie hebben ze alleen in Amsterdam, al is de grens tussen branie en bluf flinterdun. Hoe verder van Amsterdam, hoe minder groot de mond, hoe dunner de dikke nek.

Inmiddels is Pieter Weening uit de publiciteit verdwenen. Ik heb het idee dat hij er niet mee zit. Zijn opvolger als opvolger is reeds gevonden. Thomas Dekker is de nieuwe Joop. Noord-Hollander, dus mét branie. Dekker rijdt hard op zijn fiets en in zijn Porsche, heeft een grote mond en een ticket eerste klas naar de gele wielerhemel. De pers en het publiek kunnen geen genoeg van hem krijgen. De hoop van een natie drukt op zijn schouders.

Maar in de schaduw timmert het grootste talent al een paar jaar aan een carrière als erfgenaam. Zijn naam is niet Pieter Weening, niet Thomas Dekker, maar Robert Gesink. Gesink, met één ‘e’. Uit de Achterhoek. Klimt als een Colombiaan, ziet eruit als Rasmussen, maar dan een kop groter. Hij reed bij inspanningstesten alle records aan flarden. Waar dat iele lijf die grote motor heeft verstopt is een raadsel. Hij won dit jaar al de koninginnerit in de Ronde van California, en zette afgelopen week een peloton ervaren vedetten voor joker in Parijs – Nice. Leeftijd: 21.

Hij zal de druk gaan voelen. De Tour van 2010? Dertig jaar na Joop? Ik zeg niks. Ik zeg helemaal niks.

Thijs Zonneveld - Sassenheim - info@thijszonneveld.com - Mobiel: +31 6 50 41 35 49