Terug naar overzicht
columns
Pispaaltje
Elke
scholier heeft een zwakke plek. Voor de een is het
natuurkunde, de ander krijgt klotsende oksels van Franse
vervoegingen of van eindeloze staartdelingen. Mijn
achilleshiel was Duits. Niet alleen was ik er
onbedaarlijk slecht in; de hoeveelheid werk die de
leraar dag na dag opgaf ging mijn beperkte motivatie ver
te boven. Bij nader inzien was dat misschien wel de
belangrijkste reden van mijn onbedaarlijke slechtheid.
Het
symbool van de stomvervelende rijtjes, de
mit-nach-bei-seit-nachtmerries en de lijst woordjes waar
nooit een einde aan leek te komen, was een klein
vlammetje – de mascotte van de Deutsche Lehrbücher. Met
zijn olijke gezichtje loodste hij ons bladzijde na
bladzijde dieper de Duitse miserie in. Flämmchen heette
hij. Hij was zonder twijfel een van de meest gehate
figuren op school. Hij werd beschimpt, bekrast en er
verschenen dubieuze snorretjes boven zijn olijke mondje.
Terecht uiteraard. Het weerhield hem er niet van zijn
taak uit te voeren. Helaas. Een oud-klasgenoot vertelde
me dat hij nog steeds ’s nachts zwetend wakker wordt
wanneer hij over Flämmchen droomt. Hij is de enige niet.
Als ik Flämmchen ooit nog ergens tegenkom, dan sta ik
niet voor de gevolgen in.
Het
olympische broertje van Flämmchen ligt de laatste tijd
eveneens onder vuur. De fakkeltocht die het Chinese
Olympisch Comité heeft uitgestippeld, dreigt een
regelrecht fiasco te worden. Het brandende vuurtje had
symbool moeten staan voor wereldvrede, een olympisch
sportfeestje en – vooral – de kracht en macht van China.
De fakkel als reclame voor de Chinese heilstaat. Maar de
reclamecampagne verloopt niet bepaald naar wens. De
fakkeltocht wordt door demonstranten aangegrepen om te
protesteren tegen mensenrechtenschendingen en de
bezetting van Tibet. Het begon nog kleinschalig, in
Griekenland, bij het ontsteken van de toorts. Een
eenzame demonstrant rende eventjes door het beeld,
voordat hij door een peloton Griekse soldaten tegen de
grond werd gewerkt. Alles onder controle. Maar het was
de voorbode voor protesten van massalere aard. In Londen
en Parijs werd de fakkel aangevallen door laaiende
demonstranten met brandblussers, waterbommen en dekens.
Overal hingen anti-Chinese spandoeken, er werd gezwaaid
met Tibetaanse vlaggen. De vlam vluchtte naar San
Francisco, maar ook daar was de ontvangst allerminst
hartelijk. De tocht door San Francisco werd ingekort, de
fakkel dook onder. Buenos Aires: hetzelfde verhaal. De
route belooft niet veel goeds. Het vuur moet nog door
het Midden-Oosten en door Azië – dwars door Tibet, naar
de top van de Mount Everest.
Het
feest van de harmonie dat de reis had moeten zijn, is
een helletocht geworden. De vlam is ongewenst, waar hij
ook verschijnt. Weggejoeld wordt hij, en uitgefloten. De
fakkel is een pispaaltje geworden. Elke dag schijnt hij
minder fel. Hij heeft zijn vuur verloren. De trotse vlam
is veranderd in een smeulend kooltje dat een stinkende
rookwalm achterlaat. Gebrandmerkt door haat en schande.
Hij wordt bespuugd. Uitgekotst. Aangevallen, bescheten
en beschimpt. Misschien heeft hij het verdiend,
misschien wordt hij het slachtoffer van de weerzin tegen
de autoriteiten die hem als symbool hebben gekozen. Net
als zijn broertje, vroeger op school. Gehaat tot in het
diepst van hun ziel.
Ik
heb zowaar een beetje met Flämmchen te doen.