Terug naar overzicht
columns
Pieter
Al-Sahaf (25 maart '08)
,,Geen
zorgen’’, zei Pieter nadat hij als slotzwemmer van de
4x100 meter-estafetteploeg aan alle kanten voorbij was
gezwommen. ,,Ik heb een foutje gemaakt, da’s alles.’’
Hij glimlachte zijn vetste glimlach in de camera en
beloofde beterschap voor de volgende race. Maar die was
nog slechter dan de eerste. De uitleg: Pieter was ziek.
,,Heb ik weer’’, zei hij. Wat een pech. Aan zijn
conditie lag het niet. Gewoon een virus opgelopen. Een
paar dagen later verloor hij ook nog zijn wereldrecord.
Het Europees Kampioenschap in zijn eigen zwembad draaide
uit op een drama. De herinnering aan een winnende Van
den Hoogenband vergeelde als een oude krant. In
Eindhoven stond een schim uit het verleden op het
startblok. Áls hij al op het startblok stond. Met
rugklachten, een slijtend lichaam, de verkeerde
badpaksponsor en een horde jonge concurrenten die de
zwembadvloer met hem willen aanvegen. De weg naar een
nieuwe gouden plak op de Olympische Spelen is hobbeliger
dan ooit. Peking lijkt voor Pieter verder dan de maan.
Maar
VDH zag geen problemen. ,,Alles komt goed in Peking’’,
zei hij terwijl hij zijn tanden nog maar eens
blootlachte. Het Nederlandse volk kan gerust zijn. Onze
nationale knuffelheld en aanvoerder van de Nederlandse
olympische delegatie gaat straks goud ophalen in China.
Het EK-fiasco is slechts een klein smetje op een
vlekkeloze voorbereiding. Niks aan het handje. Hij klonk
als de Iraakse minister van Informatie, ten tijde van
het regime van Saddam Hoessein. Mohammed Al-Sahaf heette
hij. Tot in de laatste uren van de oorlog hield hij vol
dat ‘de Amerikaanse honden’ zouden worden verslagen.
Amerikanen in Baghdad? ‘Welnee’, zei hij, terwijl de
bommen achter hem insloegen en de Amerikaanse soldaten
jubelend door de straten van Baghdad banjerden. ‘Onzin.
Er zijn geen ongelovigen in Baghdad. We hebben ze
afgeslacht.’ Hij zei het zo overtuigend dat ik hem nog
geloofde ook.
In
sport en oorlog is alles toegestaan. Propaganda is
tegenwoordig minstens zo belangrijk als bommen en
granaten. Met een beetje draaien en buigen verandert een
kansloze nederlaag in een glorieuze zege.
Scorebordjournalistiek bestaat niet. Statistieken zeggen
niets. Verhalen vertellen alles. De waarheid is wat je
ervan maakt. In Irak, in Afghanistan, maar ook in
zwembad De Tongelreep. Toen Van den Hoogenband werd
gevraagd of zijn gouden plak in Peking niet verder weg
was dan ooit, wuifde hij de ongerustheid over zijn
vormpeil luchtig weg. Daarna wees hij op het succes van
de vrouwenploeg. Een afleidingsmanoeuvre waar George
Bush of Mohammed Al-Sahaf apetrots op zouden zijn
geweest. Hij knipoogde naar de camera, spande zijn
imposante borstspieren nog eens aan en verzekerde de
natie dat het goed ging komen.
Van den
Hoogenband is een ster. In het water, maar ook op het
droge. Hij speelt met de media, met het publiek en de
sponsoren. Niemand durft hem tegen te spreken. Niemand
wíl hem tegenspreken. Zijn sprookje is te mooi om uit te
blazen. Ook al is het einde van zijn olympische
succesverhaal straks in Peking misschien helemaal niet
zo lang en gelukkig. Ach. Zwemmen is niet het enige waar
hij in uitblinkt. Hij kan altijd nog Minister van
Informatie worden.