|
|
| 25 april 2006 |
|
|
Strandvakantie
Wekenlang had
ik ernaar uitgekeken. Zon, zee, strand, een hotel vol toeristen
en de geur van zonnebrand in mijn neus. De Vuelta a Castellon,
vier dagen toeren aan de Costa Brava. En dames en heren, ik kan
u vertellen dat ik strand heb gezien. Zee ook, en toeristen.
Veel gezwommen ook, maar niet in het warme zilte water van de
Middelandse Zee, maar in de regen die elke dag met bakken uit de
hemel viel. Regen aan de Costa Brava: dat doet het misschien
vier dagen per jaar. Heel fijn dat het precies die vier dagen
waren, dat ik er vertoefde. In tegenstelling tot de bejaarde
wintergasten, die zich tijdens de plensbuien volgoten met de
sherry in de lounge van het hotel, moesten de heren coureurs
zich dag na dag melden aan de start van de koers. Rillend van de
kou en nat tot op het bot.
Na vier dagen
berg op, berg af zwemmen kwamen mijn goede benen van het begin
van het seizoen langzaam maar zeker weer een beetje bovendrijven.
De scherpte is na twee weken van ziekte nog verre van terug,
maar er gloort tenminste weer vorm aan de horizon. Het
resulteerde slechts in ereplaatsen, mede door het feit dat ik er
in twee etappes in slaagde de – zo bleek tweemaal - beslissende
kopgroep te moeten verlaten door een lekke band.
Na de finish
van de laatste etappe, toen we doorweekt de weg naar een duister
skioord afdaalden, brak de zon door. Te laat, want terwijl de
toeristen hun schuilplaatsen verlieten om zich tegoed te doen
aan de warmte, zetten wij koers richting huis. Acht auto-uren
richting het kille Noord-Spanje. Gelaten smeerde ik wat
zonnebrand op mijn bovenlip. De ploeggenoot, die naast me in de
auto zat, keek me vreemd aan. Ik knikte hem toe en snoof de geur
van de zonnebrand op. Ik sloot mijn ogen en waande me op het
strand. |
| 24 april 2006 |
|
|
Don Zheyun (Leidsch Dagblad, 24 april)
De onvindbare is gevonden. Bernardo Provenzano, de "capo dei
tutti capi", de échte Godfather, is opgepakt. Drieënveertig jaar
heeft hij in een afgelegen boerderij, nabij het mythische
Corleone, de Cosa Nostra geregeerd. Drieënveertig jaar van
afrekeningen, bedreigingen, witwasoperaties en
afpersingspraktijken. Hoeveel rechters, politici, paarden en
politiemensen zal dat gekost hebben? Echter, zijn imperium staat
op instorten. De Italiaanse justitie wist staatsvijand nummer
een na jarenlang onderzoek op te sporen aan de hand van
wasserettebonnetjes en het openbaar ministerie zal ongetwijfeld
met een waslijst aan aanklachten komen. Ik schat de eis op zo'n
driehonderdzesentwintig keer levenslang en zonder Don Silvio
Berlusconi aan het hoofd van de "rechtsstaat" Italië zal
Provenzano niet onder zijn straf uit kunnen komen. De Don
Bernardo-dynastie is over. De Don is dood, leve de nieuwe Don.
Die nieuwe Don zal wel eens van heel ver weg kunnen komen.
Tijden veranderen en daarmee ook de mafia. Het romantische beeld
van de klassieke godfather in zijn Siciliaanse herenboerderij
zou wel eens achterhaald kunnen zijn. De macht van de Italiaanse
mafia is tanende. De Chinezen komen eraan.
De afgelopen weken werd in België de beerput van een
gokschandaal opengetrokken en kreeg het publiek voor de eerste
keer een idee van de macht van de Chinese mafia. Zheyun Ye heet
de man die de leiding heeft over een aantal corrupte Aziatische
goksyndicaten. En Don Zheyhun blijkt genoeg centen, verbale
macht en fysieke kracht te bezitten om de Belgische
voetbalcompetitie hoogstpersoonlijk te regelen. In Duitsland
schijnt hij ook een aardige vinger in de pap te hebben. Don
Zheyun stopt hier en daar een keeper, scheidsrechter of trainer
een envelop met inhoud toe om op het veld een paar kleine "foutjes"
te begaan. Als een spits weigert een penalty te missen, kan de
ongelukkige een waarschuwing van de Don tegemoet zien. En niet
in de vorm van een gele kaart.
Ik ben bijzonder nieuwsgierig tot hoever de invloed van de
Chinese godfather reikt. Zoals altijd vangt justitie slechts de
kleinste vissen. De keeper van Lierse SK, enkele spelers van
ploegen uit de Duitse derde divisie en een paar aan lager wal
geraakte arbiters zijn tot nog toe gepakt, veroordeeld en
uitgekotst door de publieke opinie. Maar "foutjes" worden
gemaakt op alle niveaus. Waarom is een dubieuze beslissing van
een scheidsrechter bij de wedstrijd Paderborn - KFC Uerdingen
wél verdacht en in de kwartfinale van de Champions League niet?
Ik heb Oliver Kahn zien blunderen in de WK-finale, wie herinnert
zich niet de onbegrijpelijke wissel van Arjen Robben op het
Europees Kampioenschap en als ik Roelof Luinge zie fluiten, kan
ik mezelf niet aan de indruk onttrekken dat hij regelmatig
gratis babi pangang eet bij de Chinees om de hoek. Met extra
kroepoek in ruil voor een pingel.
Sporters en scheidsrechters zijn ook slechts mensen en iedereen
heeft een prijs. Waarover spraken Boonen en Hoste in de finale
van de Ronde van Vlaanderen? Wat deed Rijkaard in de kleedkamer
van de scheidsrechter in de rust van Barcelona - Chelsea vorig
jaar? En hoe toevallig is het dat Bayern München in negen van de
tien wedstrijden scoort in blessuretijd?
Ik denk dat ik het niet wil weten. Sinds ik een foto heb gezien
van de mysterieus glimlachende Zheyun Ye, ontwaar ik achter elke
boom een Chinees. In elke fout, in elke blunder, in elke
dubieuze beslissing zie ik de hand van Don Zheyun en dat maakt
sport er niet leuker op. Liever blijf ik naïef en geloof ik in
de onschuld van spelers en arbiters. En in die van de Chinees om
de hoek, uiteraard. Al is zijn kroepoek een pingel meer dan
waard. |
| 11 april 2006 |
|
|
Virus
De oorzaak? Geen idee. Misschien
wel de geitenmelk. Of de
straftraining van vorige week.
Of simpelweg een rondzwervend virus, dat in mij een mooi
tijdelijk onderkomen zag. Feit is dat ik afgelopen weekend onder
de wol heb doorgebracht, in plaats van op mijn fiets. Voor de
derde keer in amper een maand tijd was ik ziek. En hoe.
Het hele weekend bevond ik mij in
een staat van semi-bewustzijn: ergens in het schemergebied
tussen droom en werkelijkheid. IJlend en zwetend. Hallucinerend.
Van alles heb ik langs zien vliegen. Varkens met vleugeltjes,
wandelende sauzijzenbroodjes en de meest vreemde beelden van
wielrenners, gesloten spoorwegovergangen en voorbijrazende
treinen.
Maandagochtend ontwaakte ik uit
mijn ziektedelerium. Het virus was als een dief in de nacht
vertrokken, mij achterlatend in een zee van volgesnoten
zakdoekjes. Ik voelde me gebruikt.
|
| 4 april 2006 |
|
|
Straftraining
Lang geleden, toen ik nog jong,
naïef en voetballer was, lieten sadistische trainers ons rondjes
om het veld lopen na een wanprestatie in het weekend. Het liefst
in de stromende regen uiteraard. Mijn god, wat had ik een hekel
aan die trainingen. Ik denk dat de relatie tussen trainer en
spelers op dergelijke momenten het beste te omschrijven was als
oorlog.
Tegenwoordig ben ik mijn eigen
trainer. En gezien mijn wanprestatie van afgelopen weekend had
Meneer de Trainer een ouderwetse Straftraining uitgezet voor
vandaag. Zo vertrok ik vanochtend, mijn andere ik vervloekend,
voor een lange en solitaire afbeulsessie door de Cantabrische
wildernis. Bij de eerste de beste heuvel probeerde ik de
Sadomasochist in mij nog eventjes over te halen. "Maar het was
zo vroeg zondag... Vind je het gek dat ik de hele koers heb
zitten te slapen? Zonder koffie... En mijn
versnellingsapparaat...." Ik hield abrupt op toen ik de blik in
mijn ogen zag. Ik zag dat het mij menens was. Ik sloeg mijn ogen
neer, doodsbang voor mezelf en koos eieren voor mijn geld. De
trainer is nu eenmaal de baas.
Heel Cantabrië heb ik gezien.
Noord, Zuid, Oost, West, urenlang werd ik door de Beul in mij
over de meest afgelegen wegen gejaagd. Ik heb sneeuw gezien.
Witte, op 1500 meter, en zwarte, op 300 meter van huis, waardoor
ik genoodzaakt was mijn tachtigjarige buurvrouw te vragen mijn
fiets de trap van het appartementencomplex op te tillen. Ik was
er zelf niet meer toe in staat.
Ik heb de meest vreemde beesten
gezien. Gemzen, gieren, een yak, adelaars, wilde honden. Heb een
wolf horen huilen (jaja, die zitten hier echt), en zelfs een
roze olifant over straat zien wandelen. Maar dat was vlak
voordat ik thuis was, dus dat zou ook een hallucinatie kunnen
zijn geweest.
Ik heb gereisd in de tijd. Ik
zweer dat de eenentwintigste eeuw nog niet is aangebroken in de
onherbergzame binnenlanden van Cantabrië. En de twintigste ook
niet. Toen ik na een uur of wat over de meest eenzame
bergpaadjes eindelijk een dorp binnenrolde en ik intussen een
chronisch water c.q. colatekort had opgelopen, dacht ik dat ik
een film binnenreed. De hele bevolking van het dorp (drie
omaatjes, twee landarbeiders zonder tanden en een ezel) stond te
klappen toen ik mijn fiets tegen de fontein op het centrale
plein zette. In een soort negentiende eeuws dialect maakten ze
me duidelijk dat het water uit de fontein niet te drinken was en
wezen me op het dorpscafé, dat me in eerste instantie niet was
opgevallen omdat ik dacht dat het stallen waren. In mijn
stellige overtuiging dat cola inmiddels over de hele wereld was
uitgezaaid als een onstopbaar kankergezwel, bestelde ik een
blikje antiroest bij de barman, die één van de twee
landarbeiders bleek te zijn. Een dubbelrol in de film, zeg maar.
De man lachte zijn tandeloze vlees bloot. "Cola? Wat mag dat dan
wel zijn?" Hij somde vervolgens op wat hij wél had: zelfgebrouwd
bier, zelfgebrouwde sherry en nog een zelfgebrouwd drankje,
waarvan de naam zo lang en moeilijk was, dat ik het met geen
mogelijkheid kon onthouden, laat staan reproduceren. "En", zei
hij, "we hebben geitenmelk."
En zo vertrok ik met een bidon
vol geitenmelk uit de negentiende eeuw, uitgezwaaid door de oude
dametjes en de ezel. Terug naar de toekomst. Terug naar de orde
van de dag: de Straftraining. Echter, de Sadomasochistische
Trainer in mij had de humor van de situatie ook ingezien en was
na mijn pitstop een stuk milder gestemd. "Proost" zei hij toen
ik een slok geitenmelk nam, terwijl hij zijn lachen amper in kon
houden. Ik proestte en de melk kwam door mijn neus naar buiten.
Onze lach echoode tussen de rotsen. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
Nieuwsindex 2006
Nieuwsindex 2005
Nieuwsindex 2004
Nieuwsindex 2003 |