|
|
|
Dollars per Seconde
Sporters zijn geldwolven. Althans, zo worden ze
vaak neergezet. Voetballers ruilen net zo makkelijk van club als
van onderbroek en golfers knikkeren hun balletje alleen in het
putje als er miljoenen op ze ligt te wachten in het clubhuis.
Boksers slaan elkaar alleen de kop in voor een pensioen dat een
hersenbeschadiging rechtvaardigt. Toptennisser Marat Safin
presteerde het om bij de organisatie van Wimbledon te mekkeren
over de prijzige biefstukken in het haute cuisine-restaurant om
de hoek, terwijl zijn bankrekening de last van zijn centen amper
meer kan dragen.
Wielrenners zijn een uitzondering op de regel. Er
is geen mens die de arme slaven van de weg hun karige salaris
misgunt. Het lijden, de valpartijen, het eindeloze afzien in
weer en wind, op desolate bergtoppen en op godvergeten
kasseistroken zorgt ervoor dat de publieke opinie oordeelt dat
wielrenners hun centen verdienen. Ze moeten ervoor werken. Net
als 'gewone mensen'.
Ik ben het daar overigens helemaal mee eens. Of
ik er blij mee ben, dat is een tweede. Soms denk ik wel eens dat
ik de verkeerde sport gekozen heb. Jaloers kijk ik naar de
salarisindicaties van mijn medesporters. Van het salaris van
Royston Drenthe kan een hele wielerploeg drie jaar lang door de
wereld trekken. Om van het strookje van Van Nistelrooy, Seedorf
of Ronaldinho nog maar te zwijgen. David Beckham verdient zelfs
zoveel voor enkele schamele optredens in de Amerikaanse Oom
Dagobert-competitie, dat hij van gekkigheid niet meer weet
hoevaak hij naar zijn peperdure privé-kapper moet voor een was-
en knipbeurt.
Tijdschriften, kranten en televisiestations maken
er soms een sport op zich van. Geld fascineert. Allerlei
statistieken worden boven water gehaald. Het inkomen van Tiger
Woods en Michael Schumacher wordt vergeleken met het Bruto
Nationaal Product van een middelgroot land. Knappe koppen worden
ingezet om te berekenen hoeveel de heren en dames
grootverdieners per week, per dag, per minuut of per seconde op
hun rekening krijgen bijgeschreven. Vooral in de Verenigde
Staten lopen er atleten rond die meer binnenkrijgen dan dat ze
kunnen uitgeven - al proberen ze nog zo hard het tegendeel te
bewijzen. Een dagje winkelen is voor basketballer Shaquille
O'Neal pas geslaagd bij aankoop van minimaal drie sportwagens.
Een Porsche om naar het winkelcentrum te rijden, een Ferrari
voor de weg terug en een Maserati als fooi voor die aardige
verkoopster.
Ik klaag niet. Ik zie dankzij mijn fiets de hele
wereld en krijg er nog voor betaald ook - al is het vergeleken
met Shaq en de zijnen een schijntje. Momenteel zit ik in Zuid-Korea
voor een tiendaagse etappewedstrijd. De eerste etappe werd in
gang geschoten door niemand minder dan Lance Armstrong. Dat deed
hij niet voor niets. De organisatie betaalde hem één miljoen
dollar. Niet slecht voor één pistoolschot. Hoeveel dat is per
seconde durf ik niet te zeggen.
Toch de goede sport gekozen?
Reageren? Laat een berichtje achter in het gastenboek... |
|
De Sleutels van de Hemelsluizen
(Column uit het LD/HD van 13 augustus)
Ze doen het
echt. Ik dacht dat het een grapje was. Een fabeltje, een
propagandastunt, een opgepompt flauwekulverhaal om de oneindige
macht van De Partij van Het Volk te onderstrepen.
Sprookjes
blijken toch soms waar te zijn. Het weer is niet langer
onvoorspelbaar en oncontroleerbaar. Chinese wetenschappers
hebben de sleutels van de hemelsluizen gevonden. Ze kunnen ze
openen en sluiten wanneer ze willen. Het weer is tegenwoordig
beter te bedienen dan een magnetron of dvd-speler.
Ik dacht dat
het onmogelijk was. Ik had het mis. Het ís mogelijk. China
kondigde aan volgend jaar tijdens de Olympische Spelen van
Peking geen regenwolken aan de hemel toe te laten, alsof het
illegale immigranten uit Derde-Wereldlanden zijn. "De lucht zal
strakblauw zijn", zei de voorzitter van Het Olympisch Comité van
Het Volk trots.
Geen smog, geen
nevel, geen mist, geen wolk, geen flardje cumulus zal de zon
versluieren. De hemel zal leger zijn dan ooit.
Deze week
vinden diverse testwedstrijden plaats, het is immers precies een
jaar voor aanvang van de 'grootste, mooiste, schoonste en
droogste Spelen ooit'. Alle accomodaties en faciliteiten zijn
toch al lang en breed klaar, en China zou China niet zijn als de
organisatoren niet voor 200 procent zeker willen zijn dat er
volgend jaar niet het kleinste detail ontbreekt.
Testen dus. Check-check-doublechecken.
Uiteraard bieden het tijdstip en de situatie eveneens de
ultieme gelegenheid om de sleutels eens te proberen. Welnu: ze
passen.
Vanwege
wedstrijden in China waren we sowieso al in de buurt en had de
ploegleiding besloten een trainingkamp in de heuvels rond Peking
in te lassen. Op het vliegveld werden we opgehaald door een bobo
van de Chinese Wielerbond van Het Volk. Hij sommeerde ons de dag
erop uiterlijk om 14.00 uur in het hotel terug te zijn van onze
trainingen. Op dat tijdstip zou het namelijk gaan regenen. Stipt.
En tamelijk hard ook. We keken elkaar aan en lachten schamper.
Wat voor een glazen bol bezat deze Chinese Piet Paulusma, dat
hij het moment van regenen exact kon voorspellen?
Glazen bol of
gewoon de juiste bronnen: zijn voorspelling bleek te kloppen.
Klokslag twee veranderden de lichtgrijze donswolkjes aan de
hemel in een pikzwarte massa en begon het zo hard te gieten, dat
de weg een kolkende rivier werd en onze wielertraining een
spoedcursus Reddend Zwemmen.
Proestend,
watertrappelend en uit alle macht trachtend onze hoofden boven
water te houden, bereikten we het hotel. Binnen stond de
official ons op te wachten, met een blik in zijn ogen die
donkerder was dan de wolken aan de hemel. Er kwam stoom uit zijn
oren. Hij wees op zijn horloge. Ons ongeloof over zijn
voorspelling en de Chinese kunde had hem duidelijk niet in zijn
beste humeur gebracht. Ik kokhalsde een liter water uit mijn
longen. Hij gaf me een papiertje. '15.34. Rain.', stond erop.
"Tomorrow," zei hij en stampvoette weg. Hijgend keek ik hem na.
Een klein donderwolkje volgde hem boven zijn hoofd.
Reageren? Laat een berichtje achter in het
gastenboek... |
|
22
augustus
Biagio Cavanna was zijn naam.
L'uomo que inventó Coppi.
De man die Coppi uitvond. Cavanna was de man achter Coppi.
Zijn vertrouwenspersoon. Zijn soigneur. Zijn apotheker (bekend
van 'De Bom van Cavanna'). Maar vooral zijn masseur. Niemand kon
Fausto beter masseren dan hij. Cavanna hoefde de spieren van de
Campionissimo slechts even aan te raken, om te weten hoe Fausto
zich voelde, wat hij nodig had en of hij zou winnen of niet.
Over de reden van zijn
buitengewone kunde doen vele verhalen de ronde. Zo zou hij zijn
ziel aan de duivel verkocht hebben, een jarenlange studie in het
Verre Oosten hebben gevolgd of gewoon 'lucky hands' hebben. De
waarheid was dat Cavanna één groot voordeel had: hij was blind.
Zijn handen waren zijn ogen. Met zijn vingertoppen bracht hij de
spieren van Coppi in kaart, zoals geen masseur dat ooit had
gekund.
Cavanna
was uniek. De blinde masseur had
geen equivalent. Althans, in Europa niet. Ik heb zijn alter ego
vandaag ontmoet, in hartje Peking. Dankzij Xing Yan Dong, die me
vanmiddag meetorste naar de Cavanna van China.
Het was donker, binnen in de
massagesalon. Drie massagetafels stonden naast elkaar opgesteld.
Het rook muf, een combinatie van stoffige lakens en gedroogde
inktvisringen, een Chinese snack. In het schemerdonker ontwaarde
ik de contouren van een man. De assistente leidde me naar één
van de massagetafels en gebaarde me erop te gaan liggen. Daarna
liep ze naar de man in het donker toe, pakte zijn hand en leidde
hem respectvol naar mijn tafel. Even viel een glimp daglicht op
zijn rimpelige gezicht. Zijn ogen lagen diep in zijn kassen en
staarden in het niets. Zijn wangen waren ingevallen. Op zijn
schedel plakten enkele witte haren. Hij moet minimaal honderd
jaar oud zijn geweest. Het meisje fluisterde iets tegen hem. De
man bromde.
De massage die volgde, was
zonder enige twijfel één van de beste die ik ooit heb gehad. Een
uur lang bevoelde, kneedde en beluisterde hij elk spiertje in
mijn lichaam. Hij sprak niet één woord. Hij ademde onhoorbaar.
Afgezien van zijn handen was hij totaal afwezig. Het was alsof
ik gemasseerd werd door een blinde geest.
Na een uur tikte hij op mijn
schouder ten teken dat het afgelopen was. Ik voelde me herboren.
Ik zocht naar woorden om hem te bedanken, maar voordat ik de
Chinese vertaling voor 'dankuwel' gevonden had, was hij weer
verdwenen in de duisternis. Ik stommelde op de tast naar buiten,
de geur van inktvis achter me latend. Toen ik buiten kwam, deed
het daglicht pijn aan mijn ogen.
Reageren? Laat een berichtje achter in het
gastenboek... |
|
|
|
|
Nieuwsindex 2007
Nieuwsindex 2006
Nieuwsindex 2005
Nieuwsindex 2004
Nieuwsindex 2003 |