Home

Biografie

Nieuws

Uitslagen

Programma

Foto's

Links

Gastenboek

Contact

31 juli (Dagboek HongKong - Shanghai)

Daar stonden ze. Met z'n tweeën. Eén lange, met gemillimeterd haar, en een kleine, met hele dunne benen. Beetje rood in het gezicht, allebei. Verbrand. Niet gewend aan de felle zon, zo leek het. Veel te blanke huid ook. Ze hadden een hetzelfde shirt aan, blauw. Chinese tekens, maar ook buitenlandse. Dure zonnebril voor de ogen, dito sportschoenen onder hun identieke traningsbroek. In hun handen droegen ze een soort netten met kleding erin.

Ze kwamen zo maar binnenlopen eigenlijk. Ineens stonden ze midden in de fabriek. Ongegeneerd keken ze in de rondte, terwijl ze tegen elkaar praatten in een onverstaanbare taal. De kleine liep naar Ming Tao toe, wees op de netzak in zijn handen en daarna naar de machines. Ming keek hem onbegrijpend aan, lachte schaapachtig in mijn richting en ging toen Meneer Tang halen, zonder iets te zeggen. De kleine haalde zijn schouders op naar de lange, en zette de zak op de vloer. Hij plaatste de bril op zijn haar en zei iets tegen zijn maat. De lange lachte. Hij wreef over het korte haar op zijn hoofd en trok een raar gezicht. Nu lachte de kleine, hard. Het leken wel clowns.

Even later kwam Meneer Tang aanlopen. Ik zette me weer aan mijn werk, maar uit mijn ooghoeken bleef ik het schouwspel volgen. De twee buitenlanders wezen weer op de kledingzakken en de machines, en maakten daarbij rare geluiden en gebaren. Toen ik de blik van Ming Tao kruiste, die achter de twee stond, maakte hij met zijn wijsvinger een cirkeltje rond zijn slaap. Ik proestte het uit.

Blijkbaar had Meneer Tang begrepen wat ze wilden, want hij pakte de zakken aan en gaf Xao Jie de opdracht ze weg te brengen. Daarna steggelde hij nog enkele minuten met de lange over een twistpunt, waarbij zijn horloge of de tijd daarop het belangrijkste leek te zijn. Het bleek niet onoverkomelijk, want de lange stak met een tevreden gezicht zijn duim op (waarom? - wat wilde hij met zes zeggen?) en vervolgens vertrokken ze.

De collectieve lachbui die losbarstte op het moment dat ze het fabrieksterrein hadden verlaten, was haast hysterisch te noemen. Ming Tao imiteerde hun gebaren, Hong imiteerde hun stemmen en Xao Jie stond te goochelen met de kleding uit de netzakken. Zelfs Meneer Tang kon zijn lachen amper inhouden.

Wat de twee wilden, was nogal simpel: schone kleren. Maar in plaats van ze in een bak water te spoelen, bleken ze hun vreemde lichtblauwe pakjes in de enorme chemische wasmachines voor handdoeken en linnenlakens te willen wassen. Ieder volk zijn eigen gewoontes.

Drie uur later waren ze terug. Hun kleren hadden inmiddels het standaardproces doorlopen, tussen de handdoeken en de lakens. Meneer Tang overhandigde ze de bundels. De kleine woelde in zijn broekzak en haalde er een doorzichtig tasje met geld uit. Hij wees op de kleren en het geld. Even keek Meneer Tang hem ongelovig aan, maar toen hij besefte dat ze ervoor wilden betalen, vroeg hij met een stalen gezicht 100 yuan. De kleine overlegde even met de lange, en gaf Meneer Tang toen 30. Tang pakte de biljetten aan, knikte en propte het geld in het zakje van zijn overhemd.

De twee bedankten Tang, zwaaiden naar Ming Tao en Xao Jie, en liepen intens tevreden het terrein af. Toen ze bijna uit het zicht waren, gaf de kleine een high-five aan de lange. Ongetwijfeld waren ze meer dan blij. Meneer Tang staarde ze na totdat hij ze niet meer zag en draaide zich toen om naar ons. Een brede glimlach stond op zijn gezicht gebeiteld. "Mannen," zei hij met galmende stem, terwijl hij op het geld in zijn borstzakje klopte: "Vanavond bier voor iedereen!" Gejuich steeg op van alle kanten.

30 juli (Dagboek HongKong - Shanghai)

Marionettenleger

Wij doen wat u zegt. Een mening hebben we niet. Eigen gedachten ook niet. Wij voelen niets.
Etappes van 60 kilometer, of van 260: het maakt ons niet uit. De hele dag in de bus voor een verplaatsing: u doet maar. Ceremonie in plaats van koers? Prima hoor. Vlaggen zwaaien en luisteren naar onverstaanbare speeches in de brandende zon: ons leven staat in dienst van u. Een ritje in de auto van de sponsor voor de foto? U vraagt, wij draaien.
Leve de propaganda. Leve China. Leve Hong Kong - Shanghai. Wij zijn slechts marionetten.
 
28 juli (Dagboek HongKong - Shanghai)

Ken je die mop van de Man die Hie? Hie? roept?


Mijn vriendin stuurde me een sms:
Thijs. Telefoon werkt niet. Krijg steeds een rare vent die hie? hie? roept en dan ophangt.
Bellen klinkt heel makkelijk. Is het niet. Ook al zijn we in staat mensen naar de maan te schieten, onze eigen planeet op te blazen of robots te knutselen die intelligenter zijn dan de bouwers zelf: bellen is nog steeds een kunst op zich. Naar de buren telefoneren gaat nog, maar is vrij zinloos. Als je op de muur bonkt of hard schreeuwt horen ze je ook al. Bellen naar het buitenland is een ander verhaal. Vraag het mijn vriendin. Ondertussen heeft ze de halve populatie van deze aardbol al aan de telefoon gehad. Blijkbaar is het doorverbinden van een Nederlands telefoontje naar een hotel in China, Japan, Maleisië of Spanje lastiger dan een raketmissie naar Mars of het uitvinden van een robothondje.

Soms, heel soms, als het wél lukt de connectie met de hotelreceptie tot stand te brengen, treedt fase twee in werking. De uitlegfase. Klinkt makkelijk. Is het niet. Probeer maar eens in het Kantonees, Mandarijn, Japans of Maleisisch uit te leggen dat je wilt spreken met kamernummer 2217.
De Man die Hie? Hie? roept, zal er onderhand ook wel genoeg van hebben. Vijftien keer achter elkaar gebeld worden door een onverstaanbare vrouw die wil spreken met een onbekende kerel: het is de climax van telefoonterreur.

Vanavond kreeg mijn vriendin me zowaar aan de lijn op de telefoon van mijn kamer. Voor de grap nam ik op met: "Hie? Hie?" Voordat ik wat anders kon zeggen, had mijn vriendin opgehangen. Meteen stuurde ik haar een sms met mijn mobieltje: Lief. Ik was het. Hie hie was grapje. Haar antwoord was kort maar krachtig: Weet ik. Bel je morgen. Of overmorgen.
Ik wreef met mijn hand over de kleine haartjes in mijn nek. Grappig zijn lijkt zo makkelijk. Is het niet.


Reageren? Laat een berichtje achter in het gastenboek...

24 juli
Thijs is woensdag te gast in het VARA-programma De Proloog. De uitzending begint rond half twaalf op Radio 1.

N
ieuws:
Na een vakantie aan het Gardameer is de batterij weer helemaal opgeladen. Zondag een criterium in Zandvoort alvorens op 26 juli naar Hong Kong te vertrekken voor de etappekoers Hong Kong - Shanghai en het Olympic Test Event in Peking. Onder nieuws een column uit het LD/HD.
20 juli

De Pindarotsjes van Alessandro (Column van 9 juli) 

Het is donker in huis. Alessandro heeft de luiken nog niet geopend. Van buiten schijnt het daglicht door de kiertjes. Het is druk op straat in La Spezia. Het geschreeuw van de viswijven op de markt en het gejank van voorbijscheurende scooters doen pijn aan zijn bonkende hoofd. Hij gaapt en wrijft over zijn slaap. Lusteloos zapt hij langs de kanalen op televisie. Soapseries, spelshows met rondborstige dames en praatprogramma’s met politici schieten voorbij. Kanaal drie vermijdt hij. Op Rai Tre wordt namelijk de Tour de France uitgezonden. Een peloton wielrenners, op weg naar een massasprint. Zonder hem. De ster van de sprints. De vedette. De kampioen. Alessandro zit thuis. Hij heeft een pufje teveel genomen en mag niet meedoen in de Ronde. Buitengesloten als een klein kind.

Het voelt als vroeger, toen hij door de coach van zijn schoolvoetbalteam het hele jaar op de bank werd geposteerd. Te iel, zei de coach, te weinig vet op de botten. Knarsetandend had hij een jaar lang zitten kijken naar zijn leeftijdsgenootjes. Hij besloot wielrenner te worden.

Naast hem staat een doos met pindarotjes van Ferrero Rocher. Mechanisch malen zijn kaken de caloriebommetjes weg. De smeuïge chocade biedt hem amper troost. Hij denkt aan de woorden van zijn oude voetbaltrainer. Te mager? Als wielrenner heeft hij juist moeten vechten om zo dun te worden. En te blijven. De spaghetti carbonara van mama mocht hij niet meer eten. Te veel roomsaus. Het kaasplankje na het diner moest hij laten staan. Net als de chocolade bij de espresso. Hij had het geen probleem gevonden. Het kwijtraken van de overtollige kilo’s had hem gegeven waarvan hij droomde. Milaan – San Remo, de Roze Trui in de Giro en talloze etappeoverwinningen in de Tour. Het kan hem nu geen barst meer schelen. Zijn fiets raakt hij niet meer aan. Zijn telefoon ook niet meer. Oproepen van zijn trainer, dottore Checcini, laat hij onbeantwoord. Waar zou hij nog voor trainen?

De doos pindarotsjes raakt leeg. Zuchtend staat Alessandro op en sloft naar de keuken, op zoek naar een nieuw pak. In het voorbijgaan staat hij even stil voor de manshoge spiegel in de hal. Hij staart naar de man in het glas. Stoppels staan op zijn kaken en benen. Zijn stijlvolle Italiaanse haarcoupe is veranderd in een piekerig oerwoud. De wallen onder zijn ogen zijn zo diep dat hij zichzelf amper nog herkent.

Met een verse doos Ferrero Rocher en een blok pecorinokaas laat Alessandro zich weer vallen op de bank. Hij pakt de afstandsbediening en vervolgt zijn ronde langs de kanalen. Hij kijkt op de klok. Vier uur. In de Tour gaan ze de laatste vijftig kilometer in. Heel even heeft hij de neiging om naar Rai Tre te schakelen, maar hij bedenkt zich. Liever een peloton spelshowpresentatoren en politici dan een peloton wielrenners. Hij geeuwt en krabt aan zijn linkerbil. Zijn hand grijpt naar de pindarotsjes.

Reageren? Laat een berichtje achter in het gastenboek...

2 juli
Het is tijd. Hoog tijd. Voor vakantie. Thijs reed zondag op het NK in de rondte "als een fluimbaas" (naar eigen zeggen). Moe in het hoofd, te ver van achteren op een sleutelmoment en vervolgens te lui om het gat zelf dicht te rijden. Fluimbaas gaat dus komend weekeinde een dag of wat richting de zon.

Wonderboy Blues (Column van 11 juni)

Zijn leven leek een sprookje. Niets minder dan dat. Hij bezat het wielertalent van Eddy Merckx, de looks van Brad Pitt en de charme van Don Juan. Wanneer Franck Vandenbroucke aankondigde dat hij ging winnen, dan won hij. Hij verklapte zelfs vantevoren waar hij zou aanvallen. Er was toch niemand die hem kon volgen. Wat hij aanraakte, veranderde in goud. Hij trouwde een supermodel, reed in een Ferrari en zijn bankrekening vertoonde al zeven cijfers voor de komma voor zijn twintigste. Zijn populariteit en zijn ego stegen tot duizelingwekkende hoogten. Hij ontving iedere dag postzakken vol liefdesbrieven, damesslipjes en sponsorcontracten. Iedereen was zijn vriend. De wereld lag aan zijn voeten.

De bel barstte in 1999. ‘VDB’ bekende te zijn betrokken bij de affaire rond veearts Bernard Sainz, die de spil was in een omvangrijk dopingnetwerk. Hij kwam er vanaf met een lichte schorsing, omdat hij de rechter wist te overtuigen dat hij meende dat het slechts om homeopathische middelen ging. Hij kwam terug, maar de eerste kras op zijn ongeschonden blazoen bleek de voorbode van veel meer onheil.

Hij bezweek onder de druk van de media en de verwachtingen van het publiek. Niet langer kwam Franck in het nieuws door zijn prestaties op de fiets. Hij reed zijn dure bolide in de prak met een slok teveel op, bedreigde journalisten met een geweer en sloeg zijn vrouw. Bij een huiszoeking werden verboden producten gevonden, die volgens Vandenbroucke bedoeld waren voor zijn hond. De stroom liefdesbrieven en slipjes droogde op. Franck raakte in vergetelheid. De afkorting VDB stond niet langer voor succes. Hooguit voor vergane glorie en nostalgie. Een verre herinnering aan een supertalent, slechts opgehaald door oude mannetjes in donkere Belgische kroegen. Zo af en toe sijpelden berichten door over zijn gesteldheid. Hij liet zich contracteren door obscure ploegjes, die hoopten op bergen publiciteit en een wonderbaarlijke wederopstanding. Die kwam er niet. Bij elk nieuw contract bezwoer Franck beterschap en nieuwe overwinningen. Maar zijn benen konden niet langer waarmaken wat zijn mond beloofde. Sporadisch dook hij op in een wedstrijd, om bij de eerste bevoorrading af te stappen. Problemen met de knie, zei hij dan. Of een lichte bronchitis.

De eenzaamheid sloeg toe. Zijn vrouw verliet hem, van de vele vrienden uit zijn succestijd geen enkel spoor. Hij verloor zich in een alcohol- en cocaïneverslaving. De laatste maanden sleet hij in een huis in Milaan. Alleen. Depressief en verslaafd. Donderdag poogde hij zichzelf van het leven te beroven door zijn polsen door te snijden en een overdosis slaappillen te slikken. Zelfs dat lukte hem niet.

Binnenkort verschijnt zijn autobiografie. Althans, dat heeft hij beloofd. Een knaller, volgens hemzelf. De titel: Ik ben God niet. Hij had het niet treffender kunnen omschrijven.


Nieuwsindex 2007

Nieuwsindex 2006

Nieuwsindex 2005

Nieuwsindex 2004

Nieuwsindex 2003