|
|
| 21 mei 2006 |
|
|
Jumbopuzzel
En
zo nam de frustratie weer een beetje toe. Zaterdag 3e en
zondag 7e. Beide keren met de winst binnen handbereik.
Het borrelt vanbinnen. Mijn bloed heeft het kookpunt nog
niet bereikt, maar de eerste belletjes beginnen te
onstaan. De benen draaien als vanzelf, de tactiek klopt,
de hitte sloopt de tegenstand en de moraal is top. De
enige reden dat ik niet win, is dat iemand anders wint.
Winnen is een puzzel: alle stukjes moeten passen om 'm
op te lossen. Ik bezit alle stukjes, alleen steekt er de
laatste weken elke keer een ander klein hoekje uit.
Heeft iemand toevallig het telefoonnummer van de
helpdesk van Jumbo?
|
| 14 mei 2006 |
|
|
Muurtjekoppen
Winnen
is zo simpel, als je gewonnen hebt. Je vraagt je af wat
de rest van het peloton aan het doen was, verwondert je
over het feit dat je benen niet pijn doen en vooral:
waarom je het niet altijd zo doet. Het probleem van
simpel winnen is alleen dat het zo moeilijk is. Voordat
je de armen kunt heffen moet je eerst een keer of tien
met je kop tegen de muur op zijn gelopen. En na verloop
van tijd begeeft één van de twee het. Je kop of de muur.
Gisteren heb ik weer een bult opgelopen. Na een
solitaire vlucht van een kilometer of twintig werd ik op
twee kilometer van de streep, aan de voet de slotklim,
ingerekend door een vijftiental renners. Dat ik
vervolgens nog vijfde werd en mijn ploeggenoot met
snelle benen profiteerde van het feit dat de anderen
zich kapot hadden gereden om mij terug te halen, zegt
genoeg over mijn vorm en die van de gehele ploeg.
Wéér
een keer met mijn kop tegen de muur dus, maar ik heb
geduld. Het feit dat de overwinning binnen de ploeg
blijft, draagt daar uiteraard veel aan bij. En zo lang
mijn hoofd heel blijft, kop ik voorlopig nog wel even
door. Die muur gaat neer.
|
| 9 mei 2006 |
|
|
Streepjes op
de armen en vorm in de benen
Traditiegetrouw komt mijn vorm met de zon. Hoe belachelijker ik
er in mijn nakie uitzie, hoe beter de benen. Als mezelf in de
spiegel bewonder, zie ik een hels contrast tussen het door de
zon geblakerde deel van mijn lichaam en mijn spierwitte borstkas,
bovenarmen en dijen. Op mijn slapen staat de afdruk van mijn
bril. Het doet weliswaar afbreuk aan mijn status als Casanova,
maar het betekent wél dat de zomer en daarmee mijn topvorm in
aantocht is.
Afgelopen
week reden we de hoog aangeslagen Vuelta a Coruña, een
meerdaagse slachtpartij. Na de eerste dagen van onafgebroken
klimmen en dalen in mediterrane temperaturen vond ik mezelf
terug op plek drie, in dezelfde tijd als de leider en twee
andere coureurs. De massasprint van de slotdag besliste over de
eindoverwinning, aangezien de verschillen dermate klein waren
dat een puntenklassement uitkomst moest bieden. Mijn beperkte
sprintkwaliteiten, gevoegd bij het feit dat het de laatste dag
beestenweer en ijskoud was, deden me belanden op plek vier. Op
nul seconden van de winnaar dus. Zuur, maar eerlijk gezegd was
ik blij dat ik met mijn onderkoelde tere beentjes in staat was
het peloton te volgen en dus niet ook nog mijn vierde plek
verloor.
Thuisgekomen
meteen alle weerpagina's op het internet afgesurfd en gekeken
naar de Spaanse Erwin Kroll. Brandend van nieuwsgierigheid volg
ik de voorspellingen, hopend op een hittegolf. Ik ruik de zomer.
Er hangt vorm in de lucht. |
| 2 mei 2006 |
|
|
The
Hard Way
Soms
droom ik wel eens dat ik een sprinter zou zijn. De hele
dag op het tandvlees mee, je verbergen in het peloton en
pas op 50 meter voor de streep met een korte inspanning
de bloemen veiligstellen. Sneaky overwinningen.
Counterwielrennen.
Catenacciokoersen. Winning the 'easy' way.
Maar
dromen zijn bedrog. In een virtuele wereld kan ik
Petacchi misschien met twee vingers in de neus kloppen,
in realiteit ben en blijf ik een strijkijzer dat maar op
één manier kan winnen: the hard way. In alle wedstrijden
die ik heb gewonnen, won ik omdat ik simpelweg de
sterkste man in koers was en kwam bovendrijven na een
slijtageslag. Een spurt van meer dan één medevluchter
heb ik nooit gewonnen.
Heel
even dacht ik afgelopen weekend dat de ommekeer nabij
was. In de Clasica San Rokillo van afgelopen zaterdag
deed ik alles goed om te winnen op een sneaky way. De
situatie: vier man vooruit, waaronder een ploeggenoot.
Op de slotklim van de dag reden we uit het gedecimeerde
peloton weg met drie coureurs. Uiteraard deed ik geen
kopwerk, ondanks de onophoudelijke scheldpartijen van
mijn vriendelijke medevluchters. Op vijf kilometer van
de streep sloten we aan bij de koplopers, in volle
afdaling. Op het moment van de samensmelting zag ik mijn
kans schoon. Een splijtende demarrage vanuit laatste
positie. Het was alsof ik droomde. En eerlijk gezegd was
ik al bezig met de Spaanse vertaling van: "Deze
overwinning is een overwinning van de ploeg, niet van
het individu", toen ik op 50 meter van de streep gehijg
in mijn wiel hoorde en ik vervolgens werd overstoken
door de twee snelsten van de sprintende groep. Niet dat
ik harder had gekund, overigens. Met het melkzuurlactaat
uit mijn oren spuitend, moest ik derhalve genoegen nemen
met plek drie. En de wetenschap dat 'easy' overwinningen
niet aan mij besteed zijn.
The hard way of no way at all.
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Nieuwsindex 2006
Nieuwsindex 2005
Nieuwsindex 2004
Nieuwsindex 2003 |