Home

Biografie

Nieuws

Uitslagen

Programma

Foto's

Links

Gastenboek

Contact 

22 september 2005  
Klaar. Met een diepe zucht zette ik zondag mijn fiets tegen de bus van de ploeg. Het seizoen zit erop. En het werd tijd ook, ik reed op de laatste restjes van mijn tandvlees. Komende weken derhalve met de benen omhoog en de fiets in de schuur. Tenzij de Nederlandse afvaardiging in Madrid nog iemand nodig heeft om Petacchi van de Wereldtitel te houden uiteraard.
14 september 2005  

Op zoek naar het engeltje (Column LD)

 Hans van Breukelen, oud-keeper van het Nederlands Elftal en PSV, scheen er één te hebben. Een engeltje. Urenlang heb ik zitten turen naar een klein wezentje op de lat van zijn doel, maar ik heb hem nooit kunnen ontdekken. Pas jaren nadien begreep ik dat het slechts een uitdrukking was om de mazzel van Hans te omschrijven. Maar dat maakte de situatie niet minder onrechtvaardig dan ze was. Wie of wat het ook deed, het engeltje of het geluk van Van Breukelen, feit bleef dat PSV ermee won en Ajax niet. En dus pijnigde ik mijn hersenen nachtenlang, liggend onder mijn Ajax-dekbed, zoekend naar manieren om het engeltje over te halen bij Stanley Menzo op de lat te gaan zitten.

De zoektocht naar het engeltje is niet alleen voor kleine kinderen. Volwassen (top)sporters hebben vaak een dagtaak aan het afdwingen van hun geluk in de wedstrijden. Allah, God, Visjnoe, Brahma, Jahweh en Thor: ze worden overstelpt door verzoeken van hun aanhangers om toch vooral hen of hun ploeg te laten winnen.

Naast deze min of meer gangbare vormen van religie, bestaan echter nóg tientallen methoden om Vrouwe Fortuna te verleiden. Wie de kleedkamerdeur enige minuten vóór aanvang van een willekeurige sportwedstrijd opent, betreedt de wereld van de meest vreemde rituelen denkbaar. Voetballers die weigeren met een schone onderbroek het veld in te gaan, honkballers die hun knuppel met wijwater besprenkelen en in ieder bierelftal is een permanente veldslag gaande over wie met rugnummer 14 mag spelen.

Wielrenners zijn waarschijnlijk de meest (bij)gelovige lieden van alle sporters. Koersen met binnenstebuitengekeerde handschoentjes, afgetrapte sokken met gaten erin ('omdat ik daar vorig jaar een keer mee gewonnen heb') of een gelukspetje: doodnormaal. En niemand wil uiteraard starten met rugnummer 13, tenzij ondersteboven opgespeld. Echter, ik heb mijn collegarenners voor de wedstrijd dingen zie doen, die ik niet zou geloven als ik het niet met eigen ogen had gezien. Van het drinken van duivenurine (ga je van vliegen, schijnt) tot de meest ranzige toilettaferelen, waar ik terwille van uw en mijn eetlust niet verder op in zal gaan. Ik hou het erbij dat sommigen heel wat voor over hebben voor een meeliftend engeltje op de bagagedrager. De standaardreactie op dit soort gedrag: "Ach, ik geloof nergens in. Heb ik toch niet nodig. 't Is een gewoonte, meer niet."

En ik? Ik vind het allemaal de grootste onzin die er is. Ik open mijn tas, doe aan wat ik wil en waar ik zin in heb en stoor me aan geen enkele bovennatuurlijke macht. Ik heb het toch niet nodig. Natuurlijk trek ik mijn linkersok aan vóór mijn rechter-, rij ik nooit zonder petje onder mijn helm, doe ik mijn broek met dat rare streepje op de linkerzijkant aan als het er écht om gaat, eet ik nooit een oneven aantal abrikozen vóór de start, pomp ik mijn banden nóg een keer op om te checken of er wel écht 8,9 bar in zit, wil ik geen bidons met blauwe dop, omdat ik daarmee de vorige keer ben gevallen en ga ik nooit als eerste de kleedkamer uit. Maar da's allemaal slechts uit gewoonte, meer niet.

9 september 2005  
Een week. Welgeteld 7 dagen heeft het seizoen te lang geduurd voor me. Heel de maand augustus heb ik gevlogen als een straaljager; op 1 september kwam de crash. Op de eerste dag van de Giro dell Vallée d'Aosta kwam ik op de eerste de beste berg een Man tegen met een Kolossale Hamer. Helaas bleek het geen eenmalige dreun te zijn: deze Man had het duidelijk op me gemunt. Gedurende drie dagen sloeg met hij zijn Hamer onophoudelijk op mijn tere lijfje in, totdat ik er leeg, ziek, zwak, misselijk en gebroken de brui aan gaf. Nog drie weken duurt mijn seizoen. Twee wedstrijden nog. Morgen de eerste. Ik hoop op de terugkeer van mijn magische benen. Misschien tegen beter weten in. Maar die Man met de Hamer moet toch ook ooit moe worden?
 

Nieuwsindex 2006

Nieuwsindex 2005

Nieuwsindex 2004

Nieuwsindex 2003