Home

Biografie

Nieuws

Uitslagen

Programma

Foto's

Links

Gastenboek

Contact

25 september 2006

Afzien in een Luie Stoel

Genoegzaam wreef ik in mijn handen, toen gisterochtend het startschot van het WK Wielrennen klonk op het pittoreske Mirabelplatz van Salzburg. Ik had me grondig voorbereid. De luie stoel stond in pole position voor de tv, het voetenbankje op ideale hoogte en de stekker van de telefoon uit het stopcontact. Daarnaast had ik alle benodigheden binnen handbereik opgesteld: van de zapper en de reservebatterijen tot de roze koeken voor de onvermijdelijke hongerklap. Rechts van mijn stoel de volle flessen (fris)drank en links de lege. Opstaan voor toiletbezoek is immers uit den boze.

Het is ieder seizoen mijn piekmoment van het jaar. In topvorm zit ik klaar voor de start en niet zonder trots kan ik melden dat ik het afgelopen decennium geen minuut van de gemiddeld zo'n zeven uur durende koers heb gemist. Dat pieken is overigens geen loze maatregel: er is een topconditie nodig om de eerste zes uur van de wedstrijd niet de aandacht te verliezen en weg te dommelen bij het slaapverwekkende commentaar van de heren van de NOS. Ik prefereer daarom vaak onze zuiderburen, waar Michel Wuyts vol vuur en respect de ereplaatsen opsomt van de lossende Egyptenaar in de eerste ronde.

Het WK betekent wachten. De koers duurt een eeuwigheid en wie zijn kruit te vroeg verschiet, is verloren. Linkeballen moet je, het bordje van een ander eerst leegeten om in de finale messcherp te kunnen toeslaan. Dat geldt overigens ook voor de renners.

De koers verloopt volgens een standaard draaiboek. Elk jaar hetzelfde. Zo hoort het ook. Wielrennen is een sport van tradities en die zijn er om in stand te worden gehouden. En dus kijken wij, toeschouwers, een uur of wat naar een wandelend peloton, lossende Kenianen en een eenzame Bulgaar op kop. De beste Vassily Dmrtvkrkov krijgt een minuutje of tien voorsprong, die vervolgens als sneeuw voor de zon verdwijnt als de grote mannen na een kilometer of honderdvijftig hun helpers naar voren beginnen te sturen.

Dan begint de tactische fase. Als schakers spelen de kopmannen en bondscoaches met hun stukken. Er wordt geofferd, er wordt gebluft en er worden smerige dealtjes gesloten. Achterkamertjeswielrennerij, zogezegd.

In de finale maken de grote mannen onder elkaar uit wie het hele jaar zijn rugnummers op een regenboogtrui mag spelden. Tegen die tijd zit ik al aardig stuk. De afstand, de klimmetjes en de tempowisselingen beginnen zijn tol te eisen. Op mijn tandvlees probeer ik het tempo te volgen, op het puntje van mijn stoel. De man met de hamer zwaait met zijn moker. Mijn ogen prikken, het zweet staat in mijn handen en mijn huid begint doorzitplekken te vertonen. Als de winnaar de finish passeert, zijg ik ineen. Uitgemergeld ben ik, steenkapot.

Terwijl de nieuwe wereldkampioen wordt gehuldigd, aanschouw ik, half bij bewustzijn, de ravage van zeven uur koers. Mijn tere lichaampje ligt temidden van koekresten, plastic verpakkingen en flessen met dubieuze inhoud. Het ruikt naar kots, urine en verschraalde coca-cola. Intens tevreden zak ik weg in een bodemloze slaap.

Reageren? Laat een berichtje achter in het gastenboek...

 
16 september  

Trofee

Ik ga zowaar nog met een trofee naar huis, dit jaar. De serie afzichtelijke bekers, cups en schalen die ik gedurende het seizoen verzameld heb, liggen inmiddels met hun lelijkheid te pronken in de vuilnisbak aan de straat. Naast het feit dat ik niet van plan ben een vermogen uit te geven aan het betalen voor het overgewicht op het vliegveld, moet ik toegeven dat ik de aanblik van de oneindige reeks ereplaatsen zonder overwinning moeilijk kan aanzien.

Maar ik ga niet zonder ijzerwaar naar Nederland. Gisteren, tijdens het afscheidsdiner van de ploeg, kreeg ik met veel bombarie en ceremonie een trofee overhandigd in de vorm van het koninklijk paleis van Santander, met het opschrift: van je ploeggenoten van Camargo-Roper, seizoen 2006. Ik werd er zowaar emotioneel van, evenals de rest van het team. Nu was dat misschien vooral te wijten aan de overdadige inname van alcoholische versnaperingen, maar een brok in de keel is een brok in de keel, ongeacht het promillage.

Het seizoen zit er dus op. En nu? Ik weet het niet. Echt niet. Naast het feit dat het me aan een beetje mazzel heeft ontbroken in de wedstrijden zelf, word ik vooral geconfronteerd met de consequenties van de Operación Puerto. En dan met name de gebrekkige belangstelling van sponsoren en de beperkte werkgelegenheid die eruit voortkomt.

Het belangrijkste agendapunt is echter vakantie. Het eerste trainingskamp staat alweer op het programma. Zonder fiets, dat wel. Het zal op Sicilië vooral bikkelen worden tegen de zonnestralen, het klotsende zeewater en het schurende zand in mijn zwembroek.

Reageren? Laat een berichtje achter in het gastenboek...

 
9 september  

Hij gaat eraf

Hij gaat eraf. Toch nog. De één-na-laatste Vuelta van het jaar kost de ploegleider zijn snor. Vijfentwintig besnorde jaren behoren tot het verleden. Het scheermes zal ongetwijfeld met enige emotie gehanteerd worden, maar de eindoverwinning in de Vuelta a Salamanca zal de pijn enigszins verzachten.

Nadat mijn ploeggenoot de leiderstrui in de tweede etappe wist te veroveren, heeft de ploeg de koers de rest van de week volledig gedomineerd. Het gele tricot en het vooruitzicht van een hilarisch witte bovenlip deed zelfs de sprinters in de ploeg veranderen in berggeiten.

Ondanks het sleurwerk wist ik mezelf nog aardig te handhaven in het algemeen klassement en besloot de rondreis door de dorre velden van Salamanca uiteindelijk met een 12e plaats.

Reageren? Laat een berichtje achter in het gastenboek...

 
 

Nieuwsindex 2006

Nieuwsindex 2005

Nieuwsindex 2004

Nieuwsindex 2003